Bekkenbodemproblemen en urineverlies

22 oktober 2020

Posted in Mens en gezondheid

Incontinentie is een probleem dat veel meer mensen treft dan u denkt. Boven de leeftijd van zeventig jaar heeft één op de drie vrouwen en één op de vier mannen hiermee te maken. Alhoewel het voornamelijk bij mensen van middelbare leeftijd of ouder voorkomt, blijven plasproblemen niet beperkt tot deze groep. Ook jongeren en jongvolwassenen kunnen er om uiteenlopende redenen mee te maken krijgen. De negatieve consequenties ervan ondervangt u met betrouwbaar incontinentiemateriaal zoals TENA. Vaak speelt de bekkenbodem, of beter gezegd: een verzwakte of beschadigde bekkenbodem, een rol bij het ontstaan van incontinentie.

Kunnen problemen aan de bekkenbodem ook bij mannen voorkomen?

Bekkenbodemklachten klinken als zo een typisch vrouwelijk kwaaltje. Maar is dat wel zo? Alhoewel ze inderdaad veel vaker bij vrouwen voorkomen, is het bij mannen echter niet uitgesloten. Vaak denken ze daar niet eens over na. Sterker nog: veel mannen weten zelfs niet eens dat ze een bekkenbodem hebben. Incontinentie voor urine -maar ook voor ontlasting- kan, ondanks het feit dat bij hen prostaatproblemen meestal ten grondslag liggen- dus ook bij mannen voorkomen.

Wat is de bekkenbodem eigenlijk?

Voor we verdergaan, willen we eerst nog even duidelijk maken wat de bekkenbodem nu precies is. De bekkenbodem is een spiergroep die uw bekkenopening afsluit. Hij loopt van het schaambeen naar uw stuitje. Het doel van deze spieren is het ondersteunen van de organen in de buikholte, waaronder dus ook de blaas en het controleren van de kringspieren. Ook hebben de bekkenbodemspieren een functie bij seksuele activiteit. In de spiergroep bevinden zich bij vrouwen drie openingen: de vagina, de urinebuis en de anus. Bij mannen zijn dat uiteraard alleen de laatste twee.

De spanning van de bekkenbodemspieren

Normaal gesproken zijn de spieren van de bekkenbodem een klein beetje aangespannen. U kunt ze het beste vergelijken met een elastiek: wanneer deze deels is aangespannen, is hij betrouwbaar. Zodra het elastiek te slap of te strak gespannen is, is hij dat minder. Normaal gespannen bekkenbodemspieren zorgen ervoor dat u uw urine en ontlasting kunt ophouden. Bij het toiletbezoek ontspannen de spieren zich. Daarna spannen ze zich weer aan. De juiste spierspanning maakt het u dus mogelijk om te plassen en te ontlasten op momenten dat u dat wenst.

Klachten met de bekkenbodem veroorzaken inspanningsincontinentie

Hebben uw bekkenbodemspieren minder kracht dan ze eigenlijk zouden moeten hebben? Dan kan er incontinentie voor urine en/of ontlasting ontstaan. Het kan zijn dat u urine verliest, maar ook dat het moeilijk voor u is om uit te plassen. Vaak leidt een verzwakte bekkenbodem tot stress- oftewel inspanningsincontinentie. U raakt dan ongewenst urine kwijt wanneer u inspanning verricht. Dit kan tijdens het sporten voorkomen, maar ook wanneer u hoest, niest, hard lacht of seks heeft. U voelt daarbij geen aandrang. Het urineverlies kan variëren van enkele druppeltjes tot een flinke scheut. Het verlies van de hele blaasinhoud is niet uitgesloten, maar wel minder waarschijnlijk.

Bekkenbodemtraining

Gelukkig bestaan er diverse methoden om de controle over uw bekkenbodemspieren weer terug te krijgen. De eerste stap is het goed kunnen lokaliseren waar deze spieren zich bevinden. De bekkenbodemspieren betreffen de spieren die u gebruikt wanneer u het plassen onderbreekt. Daarna kunt u aan de slag met de oefeningen. Wie vlot met een dergelijk behandeltraject begint, kan rekenen op snelle en aanzienlijke verbeteringen. Door de controle op uw bekkenbodemspieren te vergroten, lukt het u beter om deze spiergroep te ontspannen of juist te spannen.

Begeleiding door een professional

Op internet zijn tal van oefeningen voor het versterken van de bekkenbodem te vinden. Alhoewel u hier zelfstandig aan kunt beginnen, wordt door professionals altijd geadviseerd om dit onder begeleiding van iemand te doen. Dit kan uw huisarts zijn, maar ook een bekkenbodemfysiotherapeut. Ook als u zelfstandig bent begonnen en een aantal weken later nog geen verbeteringen bemerkt, kunt u het beste contact zoeken met een professional. Uw huisarts kan u doorverwijzen, alhoewel begeleiding door de huisarts zelf ook vaak mogelijk is.

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn